Een aardbol zweeft boven een hand

Artikel ‘Toekomstbestendige Economie’

Toekomstbestendige economie vraagt om creatieve destructie

Waarmee verdienen de Achterhoekers over tien jaar hun brood? Wie het weet, mag het zeggen. Zeker is dat er in 2036 banen zullen zijn die we nu nog niet kennen. Volgens hoogleraar Henri de Groot, spreker tijdens het Achterhoek Monitor-jaarcongres, mogen we ervan uitgaan dat de regio in de toekomst nog altijd sterk is in de industrie (voedings- en genotmiddelen, metaal en staal, bouwmaterialen), zorg, handel en horeca.

De weg naar een toekomstbestendige Achterhoekse economie is echter niet zonder hobbels. Van bedrijven, werknemers en overheden vraagt dat innovatievermogen en veerkracht. Want we weten dat economische ontwikkeling niet alleen gepaard gaat met vernieuwing, maar ook met het verdwijnen van bestaande structuren. Henri de Groot refereerde in dat verband aan de econoom Schumpeter die ‘creatieve destructie’ als motor van economische vooruitgang zag. Verouderde bedrijven, banen en technieken leggen het af tegen nieuwe technologieën, manieren van werken en pioniers. Smartphones hebben vaste telefoons verdrongen, net zoals elektrische auto’s de markt voor verbrandingsmotoren onder druk hebben gezet.

Luister naar jongeren

Wil de Achterhoek het creatieve destructie-proces zo goed mogelijk doorlopen, dan is het cruciaal om vooruit te kijken – en dat vooral te doen met de generatie die de toekomst heeft. Omarm de jongeren en luister goed naar ze! Daartoe riepen de aanwezigen in de deelsessies op. Hoe kijken jongeren naar de economie van morgen? Hoe kunnen we ze aan de Achterhoek binden? Hoe komen hun talenten het beste tot hun recht? Natuurlijk weten we daarover al het nodige, maar we moeten het ze blijven vragen. Want alleen zo kunnen we jongeren verleiden tot een baan in de techniek en het bieden van doorgroeimogelijkheden. En kijk daarbij verder dan de economie alleen: werknemers trek je niet alleen met een mooie baan, maar ook zaken als betaalbare huisvesting en hoogwaardige voorzieningen spelen een rol.

Benut de koplopers

Dat laatste is uit het hart gegrepen van Bronkhorst High-Tech, een prominent technologiebedrijf uit Ruurlo. Ook tijdens de deelsessie liet de innovatieve wereldspeler van zich horen: ‘Bouw zoveel huizen als je kunt!’ En: ‘Maak een techniekopleiding gratis’. Het is duidelijk: de Achterhoek kampt met een personeelstekort. Bronkhorst High-Tech wil voorkomen dat het lokaal niet meer genoeg kan produceren en opende derhalve een vestiging in Enschede. Doel is daar studenten van de UT en Saxion binnen te halen, eerst als stagiair en daarna als werknemer. Als koploper in de sector heeft Bronkhorst High-Tech die mogelijkheden, maar voor kleinere Achterhoekse tech-bedrijven met personeelskrapte geldt dat niet. Benut daarom de koploper-ondernemingen als vertegenwoordigers van het regionale bedrijfsleven en zet ze om de tafel met jongeren en kennisinstellingen om samen het regionale arbeidstekort op te vangen.

Verleg de grenzen

Hoe kunnen we de reis naar een toekomstbestendige Achterhoekse economie zo comfortabel mogelijk maken? Daarvoor moet de regio een open blik hebben en grenzen durven te verleggen. In de deelsessies kwam dit telkens als aanbeveling naar voren. Denk bijvoorbeeld verder dan de Achterhoekse schaal en werk meer samen met omliggende regio’s zoals Arnhem-Nijmegen en Twente. Beschouw de ligging bij de Duitse grens niet als een nadeel, maar als een kans voor samenwerking en synergie, zoals dat op dit moment bijvoorbeeld gebeurt binnen TECH.LAND. En ook voor toerisme en recreatie – een branche die economisch gezien belangrijker is dan ze op het eerste gezicht lijkt – geldt dat het belangrijk is om op een grotere schaal te redeneren en afstemming met ‘de buren’ te zoeken. Toeristen gaan immers niet op vakantie naar een dorp, maar naar een regio waarbij de grensligging juist meerwaarde heeft (‘twee landen voor de prijs van één’). En focus bij dit alles op de lange termijn. Want al heeft de toekomst nog altijd veel weg van het heden, één ding weten we zeker: ze duurt een stuk langer.

Door Gert-Jan Hospers